Hoe word je een briljante wetenschapper?

Eric2JPGIk zoek het toeval en onverwachte graag op. Dat leidde onlangs tot een ontmoeting met Eric-Wubbo Lameijer (37) die studie doet naar talentontwikkeling in de wetenschap. Voor mij was dit een interessante ontmoeting omdat ik mij de komende jaren wil concentreren op talentontwikkeling, verduurzaming van bedrijfsleven en samenleving en gezondheid(szorg). Het gesprek gaf mij weer nieuwe inzichten en inspiratie die ik graag met de lezers van dit blog wil delen.

Tal van briljante wetenschappers, onder wie Richard Feynman (winnaar Nobelprijs natuurkunde), hadden, verrassend genoeg, geen extreem hoog IQ. Andere factoren bepaalden of ze succesvol waren, zo concludeerde Eric-Wubbo. Hij doet onderzoek naar de kritische succesfactoren bij topwetenschappers als Einstein, Darwin en Nobelprijswinnaars. Hij geeft daarnaast workshops wetenschapstalent voor promovendi en bachelor- en masterstudenten.

Vier zaken lijken bepalend te zijn om briljante wetenschap te kunnen bedrijven:

1. Kennis: Elke expert, of hij nu voetballer, violist of wetenschapper is moet vooral veel ‘vlieguren’ maken om goed te worden. Globaal gaat het om 10.000 uur. Dat betekent niet alleen doen (werken), maar vooral ook permanent blijven leren, bij- en herscholen. Zorg altijd voor verdieping door veel vakliteratuur te blijven lezen. Levenslang leren moet je dus leuk vinden. Nobelprijswinnende ontdekkingen worden dan ook meestal pas gedaan als de wetenschapper 20 jaar of meer in het vak zit.

2. Motivatie: doe vooral onderzoek dat je zelf leuk vindt. Of maak anders ruimte voor eigen onderzoek, want dat motiveert. Einstein spijbelde zelfs om tijd vrij te maken voor zaken die hij wel leuk vond.

3. Omgeving: Eric-Wubbo adviseert studenten minstens een maand tijd te investeren in de zoektocht naar een geschikte mentor, want een mentor kan het verschil maken tussen een gemiddelde hoogleraar worden of het winnen van de Nobelprijs. In de praktijk doen niet alle studenten dat, omdat het veel werk is, maar het is zeker de moeite waard.

4. Creativiteit: Zorg elke dag voor het krijgen van ideeën (al is het maar 5 minuten per dag). Deel en toets ze met anderen en voer er uiteindelijk een uit. Werk vooral samen met anderen, bij voorkeur met mensen die slimmer zijn dan jij, aldus Eric-Wubbo. En stop niet alle energie in één project, maar in verschillende. De ervaring is dat je dan zelden vastloopt en daardoor kennis kan verrijken en overdragen tussen projecten.

Eric-Wubbo Lameijer is zelf als kind al besmet met wetenschap. Zijn vader (apotheker) las hem op 9 jarige leeftijd al voor uit het boek Smeltkroezen van Bernard Jaffe. Op de middelbare school won hij de nationale scheikundeolympiade en mocht zich daarna in Oslo meten met leeftijdsgenoten van over de hele wereld. Hij studeerde cum laude af in de farmacochemie aan de VU in Amsterdam en promoveerde daarna in Leiden op onderzoek waarin hij een computerprogramma ontwikkelde dat chemici kan helpen bij het ontwikkelen van geneesmiddelen.

Uiteindelijk wil hij zich vooral ontwikkelen als talentontwikkelaar voor de wetenschap, wetenschappers te helpen het beste uit henzelf en hun onderzoek halen. Dat is zijn passie. In de loop van dit jaar wil hij zijn boek over dit onderwerp afronden. Hij zoekt daarvoor een Engelstalige wetenschappelijke uitgever. Maar tips en suggesties voor literatuur over wetenschapstalent blijven ook welkom. Want nog lang niet alle raadsels van wetenschapstalent zijn opgelost.