Leren van ‘briljante mislukkingen’


Op deze tekening moeten blinde monniken onderzoeken wat zij voelen. Iedereen komt tot een verschillende ‘waarneming’. Alleen als ze hun meningen delen, komen ze gezamenlijk tot de conclusie dat ze een olifant betasten.

Met dit voorbeeld betoogt professor Paul Iske dat een succesvolle innovatie ontstaat door verrassende combinaties en vooral wanneer betrokkenen bereid zijn samen te werken. De hoogleraar open innovatie aan de Universiteit van Maastricht was een van de sprekers op de Sprout Challenger Day, the Failure Edition.

Van fouten kun je heel veel leren. Volgens Iske zijn ondernemers die failliet gaan en daarna een doorstart maken doorgaans succesvoller dan starters. Zij kennen de valkuilen en trappen daar vaak geen tweede keer meer in.

Iske, ook mede oprichter van het instituut voor briljante mislukkingen, adviseert de ABN-Amro. Uitgerekend banken zijn extra terughoudend ondernemers een tweede kans te geven na een faillissement. Volgens Iske moet het bancaire systeem ook nodig vernieuwen. ,,Niet oude zekerheden als een gebouw en machines moeten de onderpand vormen voor een financiële regeling, maar de beschikbare kennis en het netwerk dat een bedrijf inbrengt. Die maken het echte verschil”, doceert Iske.

Ook van patenten en intellectueel property (IP) loopt de hoogleraar niet echt warm. ,,Daar gaat vaak vijftig procent van de tijd inzitten als kennisinstellingen en of bedrijven willen samenwerken. Zonde van de tijd! Het maken van nieuwe combinaties volgens het open innovatiemodel en bij voorkeur tussen bedrijven uit totaal verschillende sectoren leidt veel vaker tot vruchtbare en succesvolle innovaties.

,,Haal daarom vaker onbewust onbekwame mensen naar binnen. Zij komen vaak tot nieuwe inzichten. Je denkt toch niet dat de economen die de crisis hebben veroorzaakt de crisis ook weer gaan oplossen? Je kan dan nog beter een systeemdeskundige van Microsoft dat laten doen. Hij kijkt in elk geval door een andere bril naar het falen dan een econoom.’’

In bijgaand interview gaat Paul Iske hier dieper op in.