Coppens levert voer voor waardecreatie

Agrarische ondernemingen vormen een van de topsectoren volgens het kabinet-Rutte. De meeste bedrijven verkeren echter in zwaar weer. De concurrentie is moordend en er is sprake van overproductie die zorgt voor slechte winstmarges.

Ik ben op zoek gegaan naar de innovatiekansen (en behoeften) in deze sector. Op uitnodiging van Coppens diervoeding uit Helmond heb ik kunnen zien wat waardecreatie kan betekenen om de negatieve marktontwikkelingen in deze bedrijfstak een halt te kunnen toeroepen. Als middelgrote speler in een sector die wordt gedomineerd door grote coöperaties ziet Coppens diervoeding zijn marktaandeel en winst nog steeds stijgen. Commercieel directeur Ad Kemps heeft ook de ambitie met zijn bedrijf volgend jaar mee te doen aan de MKB Innovatie Top 100, want permanent vernieuwen is de enige sleutel tot overleving, zo is zijn stellige overtuiging.

Coppens diervoeding levert als industrieel bedrijf voer aan varkens-, pluimvee- en kalkoenenbedrijven. Zo’n 70% van het siervisvoer in de schappen van supermarkten in de Benelux komt bij Coppens vandaan. Bij het familiebedrijf (derde generatie) werken ca. 60 medewerkers. Een vraaggesprek met Ad Kemps over nut en noodzaak van waardecreatie!

Wat heeft Coppens diervoeding geleerd van de varkenspest (1997), mond- en klauwzeer (2000) en Vogelpest (2003) dat heeft geleid tot een kaalslag in deze sector?
,,Wij hebben besloten nog meer samen te werken en daarbij gebruik te maken van de overcapaciteit bij andere collega’s. En samenwerken betekent voor ons: elkaar wat gunnen door eerst anderen te helpen en het vertrouwen te winnen. Het resultaat is dat we ons legvoer al vanaf september 2003 laten produceren door Vitelia. Maar vervolgens mogen wij het kalkoenvoer voor deze coöperatie produceren. Een unieke vorm van samenwerking.’’

Waarom is waardecreatie de sleutel om te overleven?

,, We exporteren als Nederland tussen de 60 tot 70 procent van de eindprodukten vlees en eieren, maar zitten toch in een verdringingsmarkt. Er zijn te veel aanbieders van deze bulkgoederen. En de marges worden steeds smaller, want we worden als laatste schakel in de keten uitgeknepen. Onze waarde neemt niet meer toe door hogere en nog efficiëntere productie, maar wel door bijzondere kwaliteit en toegevoegde waarde te leveren.’’

Hoe werkt waardecreatie voor Coppens diervoeding?
,,Samen met de universiteit van Wageningen (WUR) en Schothorst Feed research hebben we gewerkt aan het diervoeding programma Inno-feed voor verschillende soorten dieren. Met aangepast voer vanuit het Inno-Feedconcept komt dit de darmen van de dieren ten goede. Dieren groeien daardoor bijvoorbeeld beter en minder gebruik van antibiotica.
Het gevolg is wel dat onze diernutricionisten niet meer van achter hun bureau werken, maar voortdurend actief zijn bij onze klanten. Ze moeten ook voortdurend worden geschoold. Onze mensen zien dan wat er gebeurt met het voer. Dat geeft meer inzicht voor de diernutricionisten en zorgt voor meer vertrouwen bij de klant. Dat geldt ook het personeel dat vaak samenwerkt met Poolse mensen die vaak in de stallen het werk voor hun rekening nemen.
Een andere vorm van waardecreatie waar we trots op zijn is de introductie van het private label ‘puur en eerlijk’ Volwaardkip dat wij met o.a. retailers, ZLTO, Flandrex en de dierenbescherming hebben bedacht. Als alternatief voor de vaak te dure biologische kip hebben we de Volwaard kip op de markt gebracht. De Volwaard brengt meer op dan de gangbare kip, maar is minder duur dan de biologische kip. Albert Heijn verkoopt deze kop onder private label van Puur en Eerlijk.’’

En met welke innovatie wil Coppens diervoeding in de MKB Innovatie Top 100 terecht komen?
,,Wij willen als Coppens samen met Meat Friends duurzaam varkensvlees produceren en op de markt brengen vanuit een gesloten integratie. Hierbij zullen zaken als reductie van antibiotica en ook de smaak van het vlees veel aandacht krijgen; naast een aantal welzijnsvriendelijke ontwikkelingen. Het ‘Beter leven’ logo van de Dierenbescherming is dan het uitgangspunt.’’

Zie ook dit korte gesprekje met Ad Kemps: